Aarde Vuur Lucht Water
Maandenlang dropen de Aardse problemen als zwarte olie uit mijn hoofd naar beneden, het lichaam gluiperig beplakkend met angst: op hoofd, ogen, hals, buik, rug, billen, benen, voeten zodat ik geen hand meer kon uitsteken me niet meer kon vastpakken aan een of andere redder of boei geen licht meer kon opvangen nergens meer heen kon omdat ik gevangen zat in een duizelingwekkend diepe draaikolk en steeds bozer werd op alles op iedereen op mezelf.
In de Oudejaarsnacht heb ik dat allemaal weggegooid. Vanaf een eeuwenoude zandduin aan de rand van de heide waar ik struikelend en tastend in het donker naartoe liep (de bomen ontweken me) en waar je nog net de behaarde armen van een paar eenzame dennen geprojecteerd zag tegen de bewolkte nachthemel, gooide ik 1 de angst 2 de woede met een flinke boog van me af. 1 een eikel 2 een dennenappel. Ik had ook nog een steen voor het zwaarste in mijn binnenste en die keilde ik zo hard en ver het veld in dat ik die met een kreunzucht hoorde neerkomen.
Op de weg terug werd ik bijgelicht door de wezens in het bos die zich lang voor me verstopt hadden gehouden (de bomen steunden me weer).
Een dag kan beginnen op goed geluk omdat ik zomaar mijn ogen opendoe, zomaar opsta met prachtige plannen die in de nacht geschreven zijn en zonder somberingen meteen naar buiten ga waar mijn ijzeren ros braaf staat te wachten en we samen in volle vaart langs dichtgevroren slootjes en wituitgeslagen weilanden galopperen, twee reeën ons inhalen, een wolkje stoom achterlatend op het pad.
Een dag kan zich openbaren als een geboorte, een eerste forse ademteug uitschreeuwend in ijskoud vruchtwater, gevolgd door overweldigende warmte, energie en liefde voor alles.

