juli

de groene muur kruipt elke dag stilletjes iets dichterbij net als de lauwe bedomptheid die vanuit de blauwe verte steeds zwaarder op mij leunt en net als de stilte die met stevige vuisten mijn buik dichtduwt. zo gesmoord, voel ik dat de lawaaiige opwinding voorbij is en dat ook ik niets meer te zeggen heb

ik was nog lang niet klaar maar zij wel en ik kan niet anders dan hun ritme volgen. weg zijn de rode halsdoek, het bruine vestje, zwart/wit gilet maar ook het zwarte dasje evenals de blauwe petjes terwijl fel uitgegilde ruzie of gevaar maar ook goddelijk gezang vol liefde over zorg en genot tussen de bomen schalde. ik weet dat ze er nog zijn, zij zien ze me wel -ik hun niet- maar ze zeggen niks meer en wachten ergens in de groene muur

ook ik moet wachten en net als zij kan ik uitrusten, opvetten, nieuwe kleren aantrekken tot de muur verkleurt, het gras vergeelt, de bedomptheid oplost in zoete nattigheid, er melancholie in geurende golven aanzwelt, er weerlicht grommend op de aarde slaat en het blauw tot grijs verbleekt is en uiteindelijk de kou ons van wachten ontslaat, dan pas

zal ik ze weer zien, in nieuw verschenen gewaden, prachtig op kracht en in grote generaties bijeen die elkaar opnieuw opgewonden lawaaiig begroeten maar nu met zullen-we-dan-maar en ik mag ze dan weemoedig uitzwaaien. tot volgend jaar.