Een pluisje van sterrenstof

De maand maart was droog en extreem helder. Zo helder dat je veel meer sterren en planeten zag dan normaal. Met de verrekijker werd het heelal helemaal duizelingwekkend groot en vol. Het deed me denken aan vakanties in Frankrijk, lang geleden, waarbij ik voor de tent op mijn rug in het gras lag en de sterren zag wenken, de planeten naar me zag wijzen en in gedachten over de melkweg liep.

Ik zag nog meer dan toen, omdat er nu nog meer om de aarde cirkelt. Satellieten racen razendsnel rondjes om de aarde, echt heel veel. Op de app die mij de sterrenbeelden liet zien, zag ik de namen: heel veel Starlink, maar ook Resurs1-4, Tianmu, Globalstar 80. En ook Cosmos 1827, een ‘raketlichaam’, ik denk ruimteschroot? Fascinerend allemaal.

Hoe langer ik tuurde, hoe meer ik kromp. Ik heb al vaker geschreven dat me dat gevoel overkomt als ik langere tijd in stilte ergens in de natuur ga zitten. Het gevoel van krimpen, oplossen, onderdeel worden van de natuur om mij heen. Een ander bewustzijn dat optreedt omdat mijn ego verdwijnt, waardoor de verhoudingen veranderen, beter gaan kloppen met alles om mij heen. Want ik ben ineens onderdeel van de wereld van vogels, bomen, mieren, grasjes, waterpoeltjes. Geweldig om mee te maken.
In het pikkedonker, turend in het heelal is dat gevoel van nietigheid nog vele malen groter. Ik ben geen miertje op de planeet, maar een pluisje van sterrenstof.

En net toen ik dat allemaal bedacht, plofte er een geweldig essay van Madelaine Ley in mijn postbus. Wij zijn niet globaal maar planetair, schrijft Ley en dat dat besef ons doet inzien hoe enorm groot de kosmos is en hoe nietig wij. In haar woorden: “Het confronteert ons met de eindigheid en bescheiden omvang van onze planeet[…..]Hoe onwaarschijnlijk is het dat wij deze plek bewonen? […..]Het maakt ons nederig als we deze beelden overdenken, want ze herinneren ons eraan dat deze wereld zoveel meer is dan alleen menselijk. En toch, uit sterrenstof, klei, water en lucht ontstonden wij. We zijn niet alleen óp de planeet, we zíjn de planeet. “
Een prachtig, bijzonder en leerzaam essay en ik nodig je van harte uit om het te lezen op de website van Bijnaderinzien.

Ondertussen bleven de nachten aan me trekken. Op een avond zag ik, totaal onverwacht, een vallende ster die een lang spoor over de hemel trok. En een paar avonden later, plotseling een heel heldere eenmalige flits, wat denk ik het sterven van een ster was. Zo is het: alles is tijdelijk en minuscuul. Begrepen álle mensen dat maar.