Tonen 2 resultaat (s)

De planeet in januari

Een ijzige wind riep mij. Naar buiten, naar buiten, naar de hei. Kale januarihei waarop solitaire bomen bloot, star naakt hun takken toonden. Dan liep ik daar, kraag hoog dicht in het licht van een bleek januarizonnetje. Het gele gras boog in de wind. De bruine hei. De pipse zaadhuisjes van wat vorig jaar paars was. Leegte. Een witte winterse hemel met ergens in de verte een loodgrijze hagelwolk. Ik liep daar. Ik liep en voelde me bloot. Ik stak groot uit boven die open hei en opeens wilde ik nog meer bloot. Ik wilde mijn voeten op het zand. Mijn voeten laten landen in het zand. Mijn voeten wilden gronden. Wie fluisterde in mijn oren? Streek zacht langs mijn oren? Ik probeerde het te horen. Ga bloot, nog bloter, zo bloot als wij op de hei. Zo bloot als de bomen, de kale blote bomen. Doe je schoenen uit. Ach wind, dat was jij. Ik bukte, pulkte mijn veters los en wrong mijn voeten uit mijn schoenen. Zette mijn voeten op blote aarde. Voelde. Voelde de ronde van de aarde, de grootsheid van de aarde. Voeten aaien natte aarde, trappen geurige vleugjes mee. Mijn voeten zoenen mijn aarde. En ik voelde, ik voelde gewoon de aarde, mijn voeten namen de aarde. De aarde nam mijn voeten. Mijn de hele winter weggesloten voeten woelden in aarde. Voelden haar waarde.