Komen wensdromen uit?
Ik droomde dat het landbouwperceel vlakbij het huis waar ik nu 25 jaar woon was teruggegeven aan de natuur. Dat ik, ouder en trager geworden, naar de rand van het landgoed naast het perceel scharrel, me daar zacht laat omhelzen door de wortels van een stevige, gezonde eik. Om mij heen bloeien plantenpioniers, ik zie de bijen en vlinders en vogels terugkomen en de hei naast het veld zie ik het winnen van het gras. Dat het weer wordt, zoals het ooit was.
Niet zoals het nu is, heel erg mis. Nu is het landgoed door jaren bemesting van het landbouwperceel omzoomd door een golvende zee van bramen. Een prikkende pest die steeds verder oprukt, tot in de lanen.
Aan het begin van deze eeuw hing ik in de zomer nog horren voor de ramen en een vliegengordijn bij de tuindeuren. Als ik naar de heide liep moest ik de zeurende prikkende dazen van mijn blote benen slaan. Zelfs zag ik op een dag de bijen van de gevel stromen. ‘Jij woont op aardstralen’, aldus de bijenman. Dat dat kan, dat wist ik niet. Er hingen vleermuisjes onder de dakrand en in de schemer kon je helemaal maf worden van de muggen. En dan de milde mei-lucht die kon trillen van een traag gebrom als duizenden schommelende mini-drones de lucht ingingen. Meikevers. Ze botsten tegen me op, zaten vast in mijn haren. Nu besef ik pas wat een mooie jaren dat waren.
Ik was hier bijna gevlucht, maar er gaat nu een gerucht…….jij bent de eerste die het hoort.

