Tijd
zeg tijd
waarom ren je zo hard of ben ik het die vertraagt
tien concepten schreef ik geen enkele zag het licht
weggevaagd door gedachten als waar maak je je druk over
kijk om je heen wat een chaos hoe doe ik nog mee
hoe ruk ik nog zinnige zinnen uit het tollen van mijn brein
heb al een krant opgezegd, zodat ik er nog maar twee
sociale media verstookt op de brandstapel
podcasts luister ik achteraf, alleen de fragmenten
nieuwsapps wel, de slechte start van de dag
waarin de chaos in nog grotere rode letters staat
de concepten zijn daarbij vergeleken klein leed
gezeur over 27 mezeneitjes die geen kuikentjes
een lege blauwe lucht waarin niks vliegt
het missen van koeien in de wei
over die gast met zijn enorme apparaat
hoewel die laatste misschien, seint mijn brein
mijn benen rustig trappend vaste ochtendrit
de ijdele stilte waarin alleen een haasje over speelt
het landschap van zilver goud en koperdraad
en verwarring -voor even- in vrolijkheid overgaat
De tijd, lieve chaotica, is nu of nooit is, dit

