
8 mei 2022
Soms krijg je een boek in handen waarvan je eerste indruk niet meteen geweldig is. Ik had dat met het boek de Hertenman. De titel alleen al, ik dacht dat wordt iets over een zwever die met dieren praat. Ik heb het toch gelezen en het was heel anders dan ik dacht. Nu kan ik alleen maar zeggen: een boek dat iedereen zou moeten lezen in deze tijd waarin wij mensen onze prachtige planeet in sneltreinvaart onleefbaar maken.
De Hertenman is waargebeurd en is de weergave van zeven jaar waarin Geoffroy als jongeman, min of meer gedwongen, zijn ouderlijk huis verlaat omdat het daar niet langer gaat. Waarom precies, daar kom je in het boek niet achter. School maakt hij niet af, hij doet een opleiding tot fotograaf, verdient nog haast niets, maar houdt het thuis niet meer uit. Uiteindelijk zal hij zeven jaar in het bos achter zijn huis gaan wonen. In het begin gaat hij nog af en toe terug naar huis, om te douchen of iets te wassen, wat eten mee te nemen. Tot de sleutel niet meer op het slot past.
In die zeven jaar leeft hij in en van het bos, dat hij goed kent omdat hij daar altijd al liever was dan op school. Hij bestudeert de vele reeën die er leven. Neemt ook een deel van hun manier van leven over. Dat moet ook wel, wil hij in het bos overleven. Hij slaapt overdag en s nachts in korte rukjes (om bijvoorbeeld niet te bevriezen), hij eet allerlei blaadjes die de reeën ook eten. Hij leert zichzelf hoe hij warm kan blijven in de winter (met vele lagen wol over elkaar). Het is spartaans tot en met. Heel langzaam gaan de dieren hem vertrouwen en bouwt hij met een aantal daarvan zelfs een bijzondere vriendschap op.
Hij noemt de reeën zijn vrienden en geeft ze namen. Als lezer leer je het verschil tussen de individuen, verschillende karakters, eigenlijk is het net als bij ons mensen. Op een gegeven moment legt een van de reeën, die hij Spies noemt, zijn hoofd op de benen van Geoffrey en valt zo in slaap. Dit is een prachtig en ontroerend moment.
Waar het boek in het begin een soort van ‘droog’ verhaal is over het bos, de dieren, de ontberingen, verandert het later steeds meer in een verhaal over twee soorten levensvormen die hetzelfde zoeken: veiligheid, vertrouwen, vriendschap. Voor beiden is dat niet natuurlijk. Geoffrey heeft het van huis uit niet meegekregen en de reeën hebben het moeilijk in een door mensen gedomineerde wereld.
Omdat je de dieren zo individueel leert kennen en steeds beter begrijpt wat zij nodig hebben om te kunnen leven, begrijp je als lezer steeds beter wat het drama is voor een reeënman (bokje) als er delen van het bos gekapt worden (wég zorgvuldig bevochten territorium, de kans er nog zo een te krijgen is klein omdat reeën al zo weinig leefruimte hebben, dat betekent ook geen geitjes, geen nakomelingen, geen bescherming, geen voedsel, maar een leven in de marge en vaak overleeft een bokje dat niet). Je ziet wat een ellende jachtpartijen aanrichten en de pijn en rouw van reeën als daarbij dieren sterven. Maar ook begrijp je wat het betekent voor reeën als het bos doorsneden wordt door paden, laat staan auto-wegen. Opeens wordt duidelijk waarom reeën soms genoodzaakt zijn om naar de velden van boeren te trekken om in godsnaam daar wat voedzaams te vinden.
Dat vind ik de kracht van dit boek: het laat gewoon zien door observatie en beschrijving (het is echt gebeurd en niet geromantiseerd) hoe waanzinnig dom wij mensen zijn in ons gedrag naar andere leefvormen toe. Hoe weinig respect wij hebben voor hun recht van leven. Hoe veel intelligenter zij zijn dan wij denken en hoe anders de wereld er uit zou zien als we hen al gelijken zagen, waarmee je vriendschap kan sluiten en waarmee we samen de planeet moeten delen. We kunnen niet zonder elkaar.
Geoffroy Delorme
