Leren van andere dieren

3 augustus 2022
In de krant lees ik meestal eerst de columnisten. Ze houden mij scherp. Het is lekker als ik het met hen eens kan zijn en leerzaam als dat niet zo is. Eind vorig jaar is er een nieuwe columnist bijgekomen. Eva Meijer. Ik las bijna al haar boeken, bijzonder, leerzaam over de planeet, de dieren en taal. Haar columns vind ik inspirerend. Er komen reacties op, kortom ze bereikt nu een groot publiek terwijl ik mij altijd al afvroeg waarom dat niet zo was. Zij hoort in deze tijd.
Eva Meijer luistert naar de aarde en alles wat daarop leeft. Ze geeft al die vormen een stem en dat doet ze -voor mij in ieder geval – zo beeldend, zo mooi maar ook zo wijs dat ik ook wil leren luisteren naar al andere aardse schepselen. Het lukt langzaam steeds beter. Geweldig om te ervaren.
Lastig is, dat je voor zoiets toch echt de stilte in moet en die is zo moeilijk te vinden in dit overvolle lawaaiige land. Toch zijn die plekjes te vinden, bijna overal, als je goed kijkt en zoekt. Het hoeft ook maar heel klein te zijn.
Ik ben gaan zitten op een boomstronk nadat ik de miertjes die er lopen heb gezegd dat ik geen gevaar ben. Na een drukke dag lukt het me niet om tot rust te komen. Ik hoor alleen nog maar mijzelf. Daarom zit ik nu hier. Het duurt even voordat ik mijn ego voel verdwijnen. Ik hoor het ruisen van de bomen, zie de lage zon de stammen prachtig uitlichten, op de weide lijkt het leeg maar ik weet dat dat niet zo is. Langzaam voel ik de aanwezigheid van andere dieren. Ik hoor vogels die, nadat ik hier een poosje stil zit, weer rustig om me heen foerageren. Een boomkruiper kraakt de schors van een den, een jonge grote bonte specht hakt er op los. Dan hoor ik het luide gezeur van een jonge wielewaal, sta op, bedank de miertjes en verplaats me naar het veld vanwaar ik beter zicht heb op de top van de boom waar de wielewaal zit. Het geelgroene jong zit tegen de stam, bijna bovenin. Op de tak naast hem, half tussen de bladeren zie ik eventjes de knalgele kleur van de papa doorschemeren. Ik weet dat er vorige week nog twee jongen waren en ik voel een beetje verdriet. Maar vooral ben ik nu weer waar ik hoor, waar wij dieren allemaal horen: één met elkaar, onder elkaar, elkaar respecterend, verdragend, zo nodig helpend. Als ik terug loop naar mijn hok/grot/stal/huis kan ik nog de bosuil groeten op haar vaste plek boven in de schuur. Ze knipoogt.
Nieuwe dingen willen leren, vooral die zo anders zijn dan je bent gewend, is zo verrijkend. Dank aan Eva en de andere dieren om me heen.
